Interview

'30 jaar geleden
miste ik een trein die mijn loopbaan bepaalde'

Laurens Schaap, oprichter en creative director van SchaapOntwerpers, over twintig jaar ontwerpen, bouwen, waarom het bij hem altijd begint bij strategie, en waarom een kennisbank zeker niet saai hoeft te zijn.
Leestijd:
20 minuten
😳

1. Hoe het begon


Je zegt weleens dat een gemiste trein je loopbaan heeft bepaald. Hoe zit dat?

Het begin is eigenlijk een toevalligheid. Ik studeerde grafisch ontwerpen aan de HKU, en ergens in mijn laatste jaar miste ik een trein. Op het perron raakte ik aan de praat met iemand die op weg was naar Hilversum, waar hij de Master of Arts Interactive Multimedia (hele mond vol) volgde. Diezelfde dag heb ik me aangemeld. Er was nog precies één plek vrij, en gelukkig werd ik kort daarna aangenomen.
Dat gemiste treintje is achteraf misschien wel een vroegtijdig kruispunt in mijn carrière geweest. Van puur grafisch naar ook interactief denken. Websites maakten we toen nog in Dreamweaver, later in Flash. Het waren eigenlijk niet meer dan interactieve foldertjes. Maar vanaf dat moment veranderde ook mijn merkdenken: een merk moet niet alleen offline zichtbaar zijn, maar ook online. Dat is nu een open deur, destijds allerminst.

En dat werd de basis van ons bureau.

Ja. Maar als je naar de geschiedenis van SchaapOntwerpers kijkt, valt die eigenlijk in twee decennia uiteen.
De eerste tien jaar waren we vooral een studio die merken ontwikkelde. Daarnaast werkten we voor grote namen via diverse developmentbureaus. Die konden, de naam zegt het al, heel goed ontwikkelen, maar bij strategie, UX en UI konden ze onze hulp goed gebruiken.
De opdrachten werden groter: Naturalis, 24Kitchen, provincie Utrecht. En juist in die fase merkten we iets: hoe groter het project, hoe minder grip we hadden op het eindresultaat. Voortschrijdend inzicht verdween naar de backlog, en het contact met de klant werd tijdens de developmentfase steeds dunner. We gooiden onze UX en UI eigenlijk letterlijk over de schutting, en hoopten dat het aan de andere kant goed werd uitgevoerd.

En dat werkte op een gegeven moment niet meer.

Nee. De enige echte oplossing was om het vervolgens allemaal zelf te gaan doen. Alle expertises onder één dak. Dus we trokken developers aan en begonnen langzaam opdrachten naar ons toe te trekken die we volledig zelf konden uitvoeren. Dat begon met kleine corporate sites, maar groeide al snel uit naar grotere opdrachtgevers.
Er veranderde in die tweede tien jaar ontzettend veel. Alleen de naam niet. Opdracht voor opdracht bouwden we aan onze workflow, aan de manier waarop we klanten het beste konden bedienen, en ontdekten we welke tools ons daarbij hielpen. En in dat proces ontwikkelden we uiteindelijk ook onze eigen laag bovenop WordPress: OVIS.

En toen kwamen de kennisplatformen.

Die zaten er eigenlijk vanaf het begin al in, al noemden onze opdrachtgevers het zelf anders. Ze hadden bijna allemaal hetzelfde probleem: heel veel content. De vraag was steeds:
Daar voelden we ons meteen thuis. Want dan begint bij ons de puzzel.

Wat was het eerste project waarvan je achteraf denkt: daar begon het?

Groen Kennisnet, voor Wageningen University & Research. Bijna een half miljoen vrij toegankelijke kennisbronnen over agri, voedsel en groen, de grootste Nederlandstalige verzameling in dat domein. Alleen: het was niet goed ingericht en de zoekfunctie deugde niet. Zo'n schat aan kennis, en niemand kon er iets vinden.
Wij deden de strategie, de UX en het interfaceontwerp. Wat me het meest is bijgebleven: we hebben per doelgroep landingspagina's ingericht, met de zoekfunctie standaard voorgefilterd. Een docent ziet iets anders dan een ondernemer. Dat klinkt als een detail, maar het is precies waar het om draait. Relevantie is niet 'alles laten zien', relevantie is de rest weglaten.

2. Een 'eigen' CMS


Je zei net: in dat proces ontwikkelden we OVIS. Waarom een eigen laag, en niet gewoon standaard WordPress?

Omdat we grip wilden op het hele traject, van de eerste sessie tot de livegang. En zo'n systeem bouw je alleen als alle disciplines samenkomen. Een developer die in zijn eentje een CMS bouwt, maakt iets dat technisch klopt maar waar een redacteur zich doodergert. Een ontwerper die het alleen doet, bedenkt iets moois dat niet te bouwen valt. Het geheim zit hem juist in de combinatie: strateeg, UX'er, ontwerper en developer die samen nadenken over hoe het voelt om ermee te werken. Waar klik je, wat zie je, hoe houd je overzicht? Dat is geen technische vraag, dat is een ontwerpvraag.
Het echte startpunt was de komst van de Gutenberg-editor in WordPress. Dat was voor ons het moment om onze eigen laag daarbovenop te gaan bouwen, tot in de perfectie, met één uitgangspunt: het systeem moet zich altijd kunnen blijven doorontwikkelen. Nooit af, altijd rijker.
Die laag bestaat uit contentblokken. Denk aan hero's, tekstblokken, cta's, afbeeldingen, video, sliders, formulieren, gerelateerde content, en zo verder. Blocks noemen we die, en zo noemen we ons systeem eigenlijk ook. Een redacteur stelt een pagina samen door die blokken te stapelen, zonder één regel code. En omdat de voorkant los staat van de beheerkant, gebouwd in React, is het razendsnel en kunnen we de bezoekerservaring volledig naar onze hand zetten.
Wat het uiteindelijk oplevert is vrijheid. Omdat we alle disciplines in huis hebben, bepalen we zelf of we ergens net iets meer tijd in steken. Of we iets nét even beter maken dan de opdrachtgever eigenlijk nodig heeft. Niet omdat het moet, maar gewoon omdat wij dat willen. Geen goede ideeën meer die onderaan de stapel belanden, maar gewoon: doen.
Daar gaan we soms best ver in. Vanuit financieel oogpunt eerlijk gezegd te ver. Maar ik word nu eenmaal gelukkiger van een beter product dan van iets meer marge.

Wat wilde je dan met het Blocks CMS dat elders niet bestond?

Dat werken met content leuk moest zijn. Klinkt zacht, maar het is de kern van alles wat daarna is gebeurd.
Want kijk: als een redacteur het vervelend vindt om zijn eigen platform te vullen, dan gebeurt het niet, of half, of laat. En dan sterft een kennisbank een langzame dood. Andersom: geef een redactieteam een systeem waar ze plezier in hebben, en opeens maken ze zelf hele mooie pagina's. Zonder ons.
Dat is ook waar 'een kennisbank hoeft niet saai te zijn' begon. Niet alleen aan de voorkant, bij de bezoeker, maar zeker ook aan de beheerkant, bij de mensen die het moeten maken.' Zo staat het plezier aan beide kanten centraal, in plaats van alleen aan de achterkant

3. de naam ovis


OVIS. Waar komt de naam vandaan?

Op een gegeven moment hadden we dit systeem met al die contentblokken en slimme functionaliteit, en dachten we: dit beest verdient een naam. Mijn vriendin kwam met het idee. Ovis betekent niks meer of minder dan "schaap", en ik heet toevallig Schaap. Kort, klinkt goed, kun je onthouden. Zo simpel was het.

Jullie payoff is: OVIS maakt waardevolle informatie vindbaar. Wat zit dat dan in?

Het moet waardevol zijn, anders bouw je een archief. En het moet vindbaar zijn, anders had je het net zo goed niet kunnen publiceren.
Met waardevol bedoel ik: informatie die de bezoeker verrijkt, die hem wijzer maakt, die zijn blik verbreedt. Neem Naturalis, waar we al jaren voor werken. Bij de Natuurwijzer staat het letterlijk boven de site: Wat wil jij vandaag ontdekken? Dat is de hele filosofie in één zin.
Dat zien we op al onze platformen: nooit een hit-and-run bezoekje. Mensen grasduinen, komen terug, en worden op een gegeven moment ambassadeur. Al gebeurt dat natuurlijk alleen als je het slim faciliteert. Je moet de bezoeker steeds opnieuw verleiden en inspireren om door te klikken, om nog iets meer te ontdekken.

Het hart van elk platform is de zoekfunctie. Wij gebruiken de Algolia-zoekmachine, die uitsluitend door jouw eigen informatie zoekt. Typefout? Verkeerde term? Geen probleem, hij begrijpt wat je bedoelt. En hij wordt beter naarmate hij meer gebruikt wordt, zonder dat iemand daar iets voor hoeft te doen.
Daarnaast filters die nooit doodlopen: klik je iets aan, dan verdwijnen automatisch de opties die geen resultaat meer opleveren. Geen lege pagina's, geen giswerk.
En sinds kort een AI-Assistent. Die zoekt uitsluitend in jouw platform en in bronnen die jij zelf hebt aangewezen als relevant. Geen open internet, geen verzinsels. Jouw kennis, met bronvermelding erbij.

Wat is daar het mooiste voorbeeld van?

KLIMmbo, voor de MBO Raad. Dat verhaal begon jaren geleden met één kennisplatform over onderwijs en examinering. Toen kwam er een tweede thema, en een derde. Uiteindelijk stonden er vijf losse platformen.
Nu is KLIMmbo de portal naar al die platformen. Stel je een vraag over examinering, dan kijkt de assistent op alle vijf tegelijk, haalt informatie uit verschillende bronnen, maakt daar één antwoord van, en laat zien wáár hij het vandaan heeft. Voor de bezoeker kan dat het eindantwoord zijn. Maar vaker is het een nieuw startpunt.
En elke redactie blijft ondertussen gewoon zelfstandig haar eigen platform beheren.

4. Wat kost ovis?


Wanneer mensen jullie bellen met de vraag wat OVIS kost. Wat zeg je dan?

Dat ik daar nog geen antwoord op kan geven. Elke week krijgen we die telefoontjes: 'is OVIS geschikt voor dit type informatie, kun je een offerte sturen?' Volkomen begrijpelijke vraag, maar hij komt te vroeg.
Want het begint niet bij techniek. Het begint bij jouw verhaal. Wat wil je vertellen? Wie is je doelgroep, en met welke reden komt die op jouw platform terecht? Dat zoeken we eerst samen uit, in strategiesessies, vaak met een Product Vision Board. Structuur, hiërarchie, taxonomie, merkidentiteit.
Eerst kijken wat je wilt maken. Daarna pas welke software daarbij hoort. Nooit andersom.

Is dat niet gewoon een manier om het traject duurder te maken?

Ik snap waarom je dat vraagt, maar het is andersom. Zonder die fase weten wij niet vóór wie we ontwikkelen. Dan kennen we de klant niet, kennen we de eindgebruiker niet, weten we niet welke motieven iemand heeft om op dat platform te komen. Dan kun je geen goede kennisbank maken. Punt.
Daarom ontbreekt die fase ook nooit in onze offerte. Als we dit niet mogen doen, nemen we de opdracht niet aan. Dat klinkt streng, maar het is de enige manier waarop we iets kunnen afleveren waar we achter staan én de enige manier om een goede samenwerking te starten.

En wat levert het de klant op?

Vooral inzicht. In zo'n sessie halen we veel meer informatie op dan de klant dacht dat hij ons kon geven met een briefing. Dingen die hij eigenlijk allang wist, maar nog nooit had uitgesproken. Regelmatig verandert de briefing daardoor. Soms blijkt dat wat iemand dacht nodig te hebben, helemaal niet nodig is.
Waar iemand mee naar huis gaat, verschilt per traject. Dat bepalen we zelf, afhankelijk van wat de sessie oplevert. Het kan een verslag zijn waarin de strategie helder verwoord staat, met de nieuwe inzichten erbij. Het kan een klikbaar prototype zijn, opgebouwd uit wireframes. Het kan een eerste aanzet van een homepage of een landingspagina zijn. Wat op dat moment het meest waard is.
En het kan ook zijn dat iemand na afloop zegt: nee, hier laat ik het bij. Dat mag. Dan hebben we allebei iets geleerd en heeft niemand geld verbrand aan een platform dat niet had gewerkt.

5. Je koopt geen software


Dus je koopt geen software.

Nee. Dat is echt het punt. Je koopt geen stukje software dat je installeert. Bij OVIS koop je de mensen die erachter zitten.
Het idee van 'hier heb je een kennisbank, gooi de informatie er maar in, klaar' bestaat niet. Dat zou ook niet goed zijn. Dan krijg je geen resultaat. Omdat wij kennisbanken kennen, maar de klant zijn eigen bezoeker kent. Die combinatie moet je organiseren.

Je zegt dat OVIS uit bouwstenen bestaat die je 'in elkaar klikt'. Klinkt dat niet een beetje te makkelijk?

Ik betrap mezelf erop dat ik het zo zeg, en het doet het werk tekort.
Er zit inderdaad een deel dat vaststaat: zoeken en filteren werken op al onze platformen ongeveer hetzelfde, omdat we daar jarenlang over hebben nagedacht en weten dat het zo hoort. Alle functionaliteit is al uitgedacht, gebouwd en getest. We weten dat het werkt en dat het WCAG-proof is, want het draait al bij andere klanten. Dat geeft je een voorsprong.
Maar de UX bedenken, de content vormgeven, de merkidentiteit erin brengen: dat is vakwerk. Daar gaat enorm veel tijd en aandacht in zitten. Standaard is het allerminst. Dat we snel een raamwerk kunnen neerzetten, betekent alleen dat we onze tijd kwijt kunnen aan de dingen die per klant verschillen.

Als het raamwerk staat, is het klaar voor content. Wij kunnen die content erin zetten, dat is een budgetkwestie, maar we geloven echt dat je er het meest aan hebt als je het grotendeels zelf doet.
Wat klanten steeds opmerken: het is weer leuk geworden om content te plaatsen. De editor ziet er aan de achterkant honderd procent hetzelfde uit als de voorkant. Geen invoervelden waarvan je maar moet gokken hoe het straks oogt, je vult de bouwblokken zelf. Bij een demo is de eerste reactie bijna altijd hetzelfde: wauw, dit is echt gemakkelijk.
Dat is trouwens de reden dat Netwerk Mediawijsheid voor ons koos. Ze hadden hun content al klaarstaan en wisten dat ze daarmee snel live konden. En dat is ook gebeurd.

6. Wat maakt een kennisbank goed?


Waar zit het verschil tussen een goede en een middelmatige kennisbank?

Het eerlijke antwoord is minder spannend dan je misschien hoopt: een goede kennisbank laat de bezoeker snel en gebruiksvriendelijk zien wat hij op dát moment zoekt. Dat is de basis. Alles daarna is aanvulling.
Maar er is een tweede kant die vaak vergeten wordt. Voor de redactie is een goede kennisbank er één die makkelijk actueel te houden is. Als bijwerken een straf is, veroudert je platform. Dus je hebt beide nodig: snel vinden aan de voorkant, prettig beheren aan de achterkant.
En daarbovenop: het moet door iedereen te gebruiken zijn. Elk bouwsteentje dat we maken voldoet aan de toegankelijkheidseisen. Mensen met een beperking moeten die kennis net zo goed tot zich kunnen nemen. Voor veel van onze klanten is dat inmiddels ook gewoon verplicht. Daar kunnen we een heel ander interview over houden.

Kennisbanken hebben een saaie reputatie. Terecht?

Vaak wel, en daar verzet ik me tegen. Wij zijn ontwerpers, wij geven informatie vorm. Informatie die jij waardevol vindt, verdient het om op een prettige, aangename, mooie manier gepresenteerd te worden.
En dan hoor ik weleens: ja maar het is nu eenmaal veel tekst. Alsof dat een excuus is. Tekst alleen ís niet saai. Je kunt haar prachtig opmaken, leesbaar maken, scanbaar maken. En verrijken met illustratie, animatie, fotografie, grafische elementen. Kijk naar de Natuurwijzer: de beelden zijn daar geen decoratie, ze zijn de reden dat je nieuwsgierig blijft.

Waarom raakt dat je zo?

Omdat ik vind dat een goede kennisbank het hoofd én het hart moet raken.
Het hart, omdat je binnenkomt en meteen voelt dat het klopt. Dit is fijn, dit is mooi, hier wil ik zijn. Dat kun je niet verklaren, dat voel je. Het gaat onbewust. Daar speelt vormgeving een enorme rol in.
Het hoofd, omdat het logisch moet zijn. Je moet zonder nadenken snappen waar je bent, wat je kunt doen en hoe je verder komt. Intuïtief, met andere woorden. En iets intuïtief maken is verschrikkelijk ingewikkeld. Daar gaat al dat werk aan structuur, taxonomie en UX in zitten.
Raak je alleen het hart, dan is het een mooie site waar niemand iets kan vinden. Raak je alleen het hoofd, dan werkt het maar blijft niemand hangen. Je hebt ze allebei nodig.

Waar gaat het volgens jou qua visueel ontwerp het vaakst mis?

Bij typografie. Dat is niet het belangrijkste, maar wel het meest ondergewaardeerde. Kijk: het overgrote deel van kennis in een kennisbank wordt overgebracht met tekst. Dus waarom wordt er dan zo weinig aandacht besteed aan leesbaarheid?
Ik zie het steeds: te lange tekstregels, content zonder fatsoenlijke koppenstructuur, te weinig witruimte, en op mobiel helemaal een drama, terwijl de meeste kennisbanken die wij maken vooral mobiel gebruikt worden.
Wij doen dat dus niet. Wij geven die tekstregel vorm, kiezen een lettertype dat prettig leest én bij het merk past, en zorgen dat het door iedereen te lezen is. Met mooie typografie maak je letters, zinnen en alinea's aantrekkelijk. Ik zeg weleens dat we eigenlijk typografen zijn, meer nog dan grafisch ontwerpers of developers.

7. Zit je aan ons vast?


Zitten klanten niet vast aan jullie?

Nee. We hebben op een gegeven moment bewust gekozen voor WordPress als basis, en daar hebben we OVIS bovenop gebouwd.
WordPress is nu eenmaal het grootste CMS ter wereld, en het wordt vaak verward met de simpele templatesites die je ermee kunt maken. Dat is precies waarom we die laag erbovenop hebben ontwikkeld. Maar de techniek eronder is voor niemand vreemd. Er zijn genoeg ontwikkelbureaus die hiermee uit de voeten kunnen en die zo op OVIS verder kunnen bouwen.
Dus: nee, je zit niet aan ons vast.

En het CMS zelf?

Dat is het onderdeel waar ik het meest trots op ben. Vroeger had je een CMS dat alleen updates kreeg voor beveiliging en WordPress-versies. Dit blijft zich doorontwikkelen op basis van redacties die er dagelijks mee werken.
Klanten komen met "zou het niet fijn zijn als we dit konden?" Dan onderzoeken we samen of het relevant is, en zo ja: we bouwen het. En vervolgens rollen we het uit naar alle andere klanten. Ongeveer tachtig procent van wat iemand nodig heeft zit al in OVIS; voor die laatste twintig procent bouwen we iets unieks, en dat voegen we weer toe aan het geheel. Bij elk project komen er bouwstenen bij.
Dat betekent dat het nooit veroudert. Het wordt alleen maar rijker.

8. De 5 kenmerken van een goede kennisbank


Waar moet een goede kennisbank aan voldoen, als je het samenvat?

Vijf kenmerken.
De inhoud moet waardevol zijn, echt iets toevoegen aan wat iemand al weet. Ze moet vindbaar zijn, met zoek en filters die je niet laten gissen. Ze moet er goed uitzien, want vormgeving is geen sausje maar het verschil tussen wel of niet gelezen worden. Ze moet toegankelijk zijn, voor iedereen. En ze moet beheerbaar zijn. Een kennisbank die je niet zelf kunt bijhouden, is over een jaar dood. Een website mag nooit statisch blijven. We willen dat klanten ermee aan de slag gaan, hun content blijven verrijken en verbeteren.
Lees hier hoe OVIS die vijf invult op onze productpagina.

Wat is OVIS niet?

Daar wil ik voorzichtig mee zijn, want ik wil niemand uitsluiten die er baat bij zou hebben.
Wat het zeker niet is: een webshop. En het is geen sociaal platform. Bezoekers kunnen wel reageren op content, maar niet met elkaar in gesprek over die content. Daar staat overigens wel het een en ander over op onze roadmap.
Verder is OVIS breder inzetbaar dan mensen denken. Een productinformatiesysteem? Kan prima. Een supporttool? Ook. We hebben een case ontwikkeld voor een software pakket waarmee elektronische patiëntendossiers worden gemaakt, gebruikt door artsen die uitstekend zijn in hun vak, maar ook moeten begrijpen hoe dat systeem werkt. De klant had een enorme stapel PDF-handleidingen liggen. Die hebben we in OVIS gezet, waar ze door de zoekmachine worden geïndexeerd, zodat de assistent er antwoorden uit haalt. Zo wordt OVIS een interactieve vraagbaak. Dat werkt heel goed, en onze developers vinden dat soort vraagstukken ook echt leuk.
Dus kom maar op met die uitdaging. De klant bepaalt zelf of OVIS de juiste keuze is, wij laten zien wat het kan.

Waar ben je het meest trots op?

Dat is een moeilijke vraag, want het zit hem zelden in de omvang van het project.
We werken al meer dan tien jaar voor Naturalis. Begonnen met de Natuurwijzer, daarna het Natuurlab, en nu Geologie van Nederland. Dat zijn ongelooflijk leuke projecten, want bij die opdrachtgever zit enorm veel kennis en aanstekelijk enthousiasme. Een feest om voor te werken.
En onlangs deden we de nieuwe website voor het NIOD. Een prachtige, superrelevante opdracht, met een hele fijne samenwerking en een mooi product als resultaat.
Maar ik ben net zo trots op een kleiner project met een bescheidener budget, waar we onze doelen ook halen. De trots zit hem meestal in hóé we het hebben gemaakt. Neem Veerponten.nl, dat we onlangs hebben overgenomen. Geen kennisplatform, en niet eens klein, maar wat het bijzonder maakt is dat het aan hun kant door vrijwilligers wordt gerund. Samen met die vrijwilligers ontwikkelen we dat platform nu verder. Ontzettend leuk om te doen.

Tot slot. Wat is jouw rol eigenlijk?

Op mijn kaartje staat creative director, maar ik noem mezelf ook weleens happiness manager, of manusje van alles.
In de praktijk zul je me vooral in de beginfase zien, waar ik samen met Erik verantwoordelijk ben voor de strategie. Daarna zie je me minder. Dat is met opzet: wij vinden dat je moet praten met degene die het werk ook echt uitvoert. Gaat het over ontwerp, dan werk je met Jermaine. Gaat het over development, dan heb je met Quentin en Stein te maken. Stuk voor stuk mensen die klanten uitstekend te woord staan, minder ruis, minder overhead en een veel grotere betrokkenheid van alle teamleden.
Wat blijft, is dat ik verantwoordelijk ben voor de kwaliteit die eruit gaat. Achter de schermen bemoei me ik me vaak overal mee. Soms gaan we verder dan strikt genomen nodig is. Het is pas goed als de opdrachtgever tevreden is, maar daarnaast moet ik het zelf ook goed vinden. Dat zit vaak in kleine details die een opdrachtgever misschien niet eens opmerkt. Onbewust waarschijnlijk wel, denk ik.
Ik heb ontzettend veel plezier in mijn werk, ik ben supertrots op de mensen die hier werken, en ik ben blij met opdrachtgevers die ons het vertrouwen geven om hun belangrijke informatie vindbaar te maken.

Zin om eens echt van gedachte te wisselen?

Bel of app me even op 06-41275222 of drop een mailtje op laurens@schaapontwerpers.nl

©2026
info@schaapontwerpers.nl